Visblunders; blamage ~ een afgang veroorzaakt door eigen falen ~

Inleiding

Lang heb ik na gedacht over het posten van dit verhaal. Niet omdat het niet smaakvol zou zijn, maar eerder omdat ik bij het terugdenken aan dit moment alweer het schaam rood op de kaken krijg. Laten we eerlijk zijn onder elkaar bij het delen van visserslatijn. Iedereen die hier meeleest en zich regelmatig naar de waterkant begeeft heeft er wel eens mee te maken gehad of gaat dat zeker nog eens doen. Visblunders, blamages of andere stommiteiten…

Nadat ik wat speurwerk heb verricht blijkt dat zelfs de grootste onderzoekers in het verleden blunders hebben gemaakt. Denk maar eens aan Einstein die de theorie van de oerknal niet geloofde…

Een kleine opsomming van de visblunders waar ik deel vanuit maakte, leert mij meteen dat blunders in alle leeftijdscategorieën voorkomen.

Vissen niet altijd succesvol; visblunders
Vissen niet altijd succesvol

Visblunders door overmoed…

Toen ik voor het eerst in mijn leven een hengeltje vast had. Dit vond plaats op de camping in Italië, gebeurde het… ik was letterlijk hooked on the fish! Een hengeltje dat ik cadeau kreeg van een oom, moest en zou worden uitgetest op het meer waaraan we met de caravan stonden. Het kraakheldere water van het Iseomeer werd gescheiden middels een hoge muur met de graskant. Het visstoeltje paste precies op de platte bovenkant van dit muurtje.

Zittend op het stoeltje met het kleine viskoffertje er direct onder bracht ik hier heel wat uurtjes door. Ook mijn eerste visjes mocht ik hier vangen. Enkele voorntjes en de bekende zonnebaarsjes. Mijn oom leerde mij vissen en deed dat vol overgave. Als 5-jarig ventje keek ik op tegen die oom die het vissen aardig onder de knie had. Hij met de werphengel en ik met een vast hengeltje van 3 meter. Ik had geleerd onderhands in te gooien. Zoals mijn oom dan zei: “Jongen, voorzichtig gooien, dat scheelt mij weer knopen…” of “Niet te wild, want dan jaag je vissen weg”.

Zelluf doen

Eigenwijs dat ik was wilde ik net zoals mijn oom het achterwaarts inwerpen uitproberen. Natuurlijk niet waar mijn oom bij was, hij had het mij immers niet zo geleerd. Toen ik eenmaal alleen aan het roer stond en mijn oom even zijn sjekkie stond te draaien op gepaste afstand, kon ik het niet laten. Ik joeg mijn hengeltje over mijn schouder en gooide hem met flink wat kracht in voorwaartse richting. Het onwennige gevoel van deze inworp was compleet nieuw voor mij, evenals het veranderen van het evenwichtspunt… Hierdoor raakte niet alleen mijn dobber het water, maar ook mijn stoeltje, koffertje en mijn eigenste persoontje maakten een flinke plons.

Je begrijpt dat ik als jong vissertje de moed niet opgaf. Ik bleef vissen en maakte soms ook mooie dingen mee. Mijn grootste teleurstelling kreeg ik later te verwerken… Je zult zien dat euforie en verdriet ook prima hand in hand gaan.

Geluk of ongeluk?

Zo presteerde ik het op 8 jarige leeftijd om tijdens een viswedstrijdje van Visvereniging St. Petrus in Huissen om tijdens het vissen van mijn eerste wedstrijdje niet alleen wat voorntjes te vangen, maar werd één van de visjes die ik binnenhaalde gepakt door een snoek. Het tuigje waarmee ik viste was hufterproof en de snoek hield de kaken sterk op elkaar, waardoor het lukte de snoek op de kant te krijgen. Enthousiast als een kalfje dat voor het eerst de weide in mocht stond ik te springen toen de eerste snoek die ik ooit had gevangen naast mijn visstoeltje lag. Twee vissen in één klap… bizar! Euforie ten top… maar je raad het al…
Euforie gaat helaas ook nog wel eens gepaard met inmens verdriet. Denk maar eens aan de foute wissel van Sven Kramer op de Olympische Spelen…

De vis lag in vol ornaat te wachten om gemeten te worden, zo’n vis stop je immers niet in de emmer. Ik schreeuwde springend naar één van de begeleiders dat ik een snoek had gevangen. Na de tweede of derde sprong dacht de snoek dit ook eens na te doen. Spartel, spartel en floeps de laatste spartel en de snoek wipte zichzelf terug het water in… Het enthousiasme ging over in een flink tranendal, ik was ontroostbaar!

Ook na dit moment heb ik mezelf niet uit het veld laten slaan. Ik ben een echte doorzetter, durf ik van mezelf te zeggen. Ook in de jaren die volgde heb ik nog heel wat keren een onbedoelde duik in het water genomen, mijn hengeltop gebroken, door stoeltjes gezakt etc etc.

Uit de weg gaan van de veroorzakende factor van visblunders

Op mijn 18e stopten de blunders, als jong volwassene is het natuurlijk dodelijk om blunders te maken. Ik besloot om een poosje niet meer te vissen. Nou ja, ik viste wel, maar deed dat vooral in de kroeg of in de discotheek. Mijn interesse kwam in die periode ergens anders te liggen… BLA BLA BLA…de rest kun je wel invullen.

Toen ik na wat ruige jaartjes met veel stappen, veel feestjes, nog meer biertjes, wat vriendinnetjes en in mindere mate mijn studie en werk naar de polder verhuisde leerde ik mijn huidige vismaat kennen. Met Ruben ben ik ondertussen 7 jaar goed bevriend. Ik pakte door hem het vissen weer op en richtte mij op een andere tak van vissen dan waar ik bekend mee was. De vaste stok raakte uit beeld en de schuur werd gevuld met spinhengels, doodaashengels, karperhengels, matchhengel, ultralight hengel en tegenwoordig staat er ook een jerkbaitstok met reel bij.

De metamorfose van de schuur was het begin van veel nieuwe avonturen, maar ook van nieuwe blunders… Het fijne was nu wel dat ik deze blunders niet alleen aan mijn lijve ondervond, maar dit samen met Ruben mocht ondervinden. Ook merkte ik al snel dat het maken van blunders niet alleen bij mij voorkwam, maar dat mijn vismaat dit ook wel eens meemaakte.

Dubbele salto… mooie visblunder

Zo hadden Ruben en ik in een opwelling besloten een kano aan te schaffen. De gedachte hierachter kwam bij het bellyboaten vandaan. Iedere winter weer moeten we over de pijngrens heen omwille het vangen van de vis in de winterperiode. Laag over laag, handschoenen en warmtepleisters, warmtepads en een dikke muts. Niets helpt tegen de snijdende kou op het water in de winter. Met name de voeten zijn een probleem om warm te houden in de winter.

Om eens en altijd korte metten te maken met dit probleem, hadden we dus een kano in gedachten. Na het afspeuren op marktplaats liepen we twee vlakwater kano’s tegen het lijf. Twee dagen later lagen deze kano’s bij Ruben in zijn achtertuin. Dit was de start van Project K. Ruben stak zijn ziel en zaligheid in het schuren, schilderen en afwerken/afdichten van de kano’s. Ikzelf werd regelmatig op de hoogte gehouden of de schepen al zeewaardig waren.

Project Kano

Na 3 weken van veel klussen was het zover. Op een vrije middag besloten we om eerst – ja,  zo verstandig toch wel – een proefvaart te maken. Buiten wat instabiliteit en een wat ongemakkelijke houding verliep dit prima. Van hieruit meteen een tweede vaart gepland, maar deze keer wel om de vis te belagen. Het grote water was nog net even te spannend, dus besloten we in de polder zelf op een plas met ondiep water te gaan. Voor degene die wel eens in een kano heeft gevaren, is het bekend dat het instappen een beste uitdaging is. Ons ging dit ook niet gemakkelijk af.

Na het afleggen van een flink stuk, om op de beoogde plas aan te komen, positioneerden we onszelf met de achterkant van de kano in het riet. Afdrijven ging nu niet meer op, en zo konden we mooi op een vaste stek blijven liggen. De hengels staken mooi over de punt van de kano en nu kon de grote uitdaging beginnen. Zelf hadden we geen idee hoe het zou  zijn om vanuit de kano een vis te vangen.

Vissen uit de kano

Een half uur later zou Ruben dit als eerste ervaren. Hij ving een mooie brasem op zijn pen met daaronder een flinke haak vol met maden. Hierna kregen we nog een paar keer beet. Na twee uur toch wat onwennig zitten in de kano, begonden de benen aardig te verkrampen. Lenigheid is nou niet echt een woord dat past bij Ruben of mij, dus misschien kun je je er iets bij voorstellen. Knieën optrekken ging niet door de dichte bovenkant van de kano.

Opeens oppert Ruben het idee om op de bovenkant van zijn kano te gaan zitten. Hij zet zijn handen op de achterzijde en duwt zichzelf wat ongemakkelijk omhoog. “Man!, Heerlijk!”, hoor ik naast me. “Dit moet je ook doen, ik voel mijn voeten weer”, vervolgd Ruben. Ik denk er even kort over na, maar blijf toch maar zitten zoals ik al die tijd al ongemakkelijk zat.

Voor de mensen die Ruben niet kennen, is hij niet echt een stilzitter aan de waterkant. Altijd bezig, altijd op zoek naar een manier om vis te vangen. Even de dobber verzetten, aas controleren, slip even testen of wat bijvoeren… Dit laatste was Ruben nu ook van plan.

Oeps

Hij pakt het blik met mais en terwijl hij voorover bukt raakt de kano in onbalans. Vanuit mijn ooghoek zie ik Ruben zijn hengel de lucht inschieten en Ruben zelf met een mooie duik naast zijn kano schieten. Zo zit je in je kano, daarna erop en niet veel later naast de kano. Beiden lachen we de ballen uit onze broek. Ruben heeft er net zoveel plezier in als ik. Hij staat een paar tellen later naast zijn kano (er stond maximaal 50 cm water). Boven de navel is Ruben gelukkig droog.

De nieuwe uitdaging is ook geen gemakkelijke, namelijk het instappen in de kano met een natte broek, een kano waar een laag water in staat en geen steiger waar we vanaf kunnen stappen. Ruben besluit de kano de kant op te trekken en er daar maar in te stappen om vervolgens het water in te glijden. Dit gaat gelukkig en niet veel later zit Ruben weer veilig in zijn kano.

Omdat een nat pak toch niet zo lekker is, besluiten we terug te peddelen. Onderweg nog een paar keer hard lachend over het voorval zien we er de humor wel van in. Met een kano varen is 1, met een kano stilliggen is 2, lekker zitten is 3, maar het 4e punt, de stabiliteit is een heel ander ding. Bij de opstapplek aangekomen komt er wederom een uitdaging bij, namelijk het uitstappen uit de kano. Ik kan je verzekeren dat dit geen makkelijke opgave is. Met veel pijn en moeite lukt het me de steiger te bereiken. Ik leg mijn spullen als eerste op de steiger en probeer mezelf omhoog te trekken aan de rand.

Balans in de kano

Het lukt me om met mijn billen op de achterzijde van de kano te gaan zitten en ik wil me omhoog duwen op de rand van de steiger. De kano schiet dat ogenblik onder me vandaan en ik dreig precies tussen de kano en de steiger in te schieten. Ik bedenk me geen moment en duw mezelf af en schiet terug de kano in. Geen moment gedacht aan de ontbrekende weerstand en de kano maakt een kanteling de andere kant op.

Head First – duik ik zijwaarts het water in. Bij een duikwedstrijd had dit zeker een topper geweest. Wanneer ik boven kom, zie ik Ruben op zijn rug liggen te rollen op de steiger. Hij giert het uit. Ik denk dat dit een van de  momenten is geweest waarop we beiden een paar dagen spierpijn hebben gehad van het lachen.

Het moet er zo ongeveer hebben uitgezien...
Het moet er zo ongeveer hebben uitgezien…

Beiden een paar minuten later in ons boxershort in de auto. Beiden een nat pak gehaald en ervaring opgedaan met de moeilijkheidsgraad van het vissen uit de kano, zeker als deze geen enkele vorm van een vin heeft om stabiliteit te geven.

De manier van vissen – Project K – om de enorme kou in de winter buiten spel te zetten, zorgde zo al snel voor nattigheid en er moest duidelijk nog wat beter over nagedacht worden. Ondertussen ligt – Project K –  nog in de schuur en hebben we er weinig gebruik meer van gemaakt. Misschien twee keer hierna nog weg geweest, deze keer met twee drijvers aan de zijkant. De bellyboat blijft toch fijner vissen.

Dolfijnen vergeten…

Op een donderdagavond besloten we, om te gaan vissen vanuit de bellyboot. Bij het water aangekomen laadden we de spullen enthousiast uit. Ik sta net mijn boot net op te pompen. Na het vullen van de eerste luchtkamer komt Ruben tot de constatering dat hij zijn flippers is vergeten. Shit, daar valt ineens een voorgenomen goede vangst in duigen.

We besluiten toch het water op te gaan. Ik had de eer hem voort te duwen richting de visstek. Eenmaal aangekomen onder het viaduct waar we visten werpt Ruben zijn hengel in. Ik verplaats me naast hem. Nog niet eens mijn hengel klaar of ik hoor een kreet naast me; “Hangen!”.  Ruben zijn hengel gaat krom. Mijn hengel zet ik snel in de steun en een goede vismaat zoals ik ben, mag ik hem wederom voortduwen. Ditmaal niet naar de visstek, maar achter de vis aan. Het resulteert in een snoek van 93 cm.

Voor de derde maal mag ik Ruben na deze vangst richting het viaduct duwen. Nu hebben we beiden de tijd om de hengel in te gooien. Met de zweetdruppels nog op mijn voorhoofd trek ik een blikje drinken open en kan ik eindelijk even achteroverleunen. Wat smaakt een koud drankje op een warme zomeravond toch lekker.

Mijn tweede slok gaat naar binnen maar stokt halverwege… “BEET”, hoor ik naast me. Ik kijk met goede hoop naar mijn dobber, maar zie al snel dat er bij mij geen enkel teken van leven is. Ruben daarentegen slaat snel aan en ‘hop’ daar gaat hij achter de vis aan. Deze keer valt het meteen op dat de vis sterker en groter oogt. Er zit niets anders op dan na een lange zucht mijn hengel binnen te halen en Ruben een handje te helpen. Na heel wat heen en weer gesleep en geduw van mijn kant landt Ruben de vis. Een snoek van 112cm!

De blunder pakte voor Ruben in dit geval goed uit, omdat hij kon bouwen op een vismaat die hem wilde helpen. Als leerkracht heb ik me deze avond nog nooit zo verbonden gevoeld met de lesstof die ik doceer. Ik was vanavond namelijk het lijdend voorwerp.

Hetzelfde gebeurde mij ook eens een paar maanden later. Wederom stonden we op een visstek een eindje van huis en bouwden  we onze spullen op. Ik vergat echter niet mijn ‘Dolfijnen’. Ik zou dat nooit laten gebeuren. Mijn pomp daarentegen liet ik wel thuis liggen. Door de verschillende ventielen kon ik ook geen gebruik maken van Ruben zijn pomp. Er zat niets anders op dan vissen vanaf de kant.

Mijn hoogtepunt of beter gezegd dieptepunt der visblunders…

De toevalligheid wil dat ik na deze mislukte avond voor mij van plan was dit helemaal goed te maken. Zo ging mijn wekker twee dagen daarna om 4.30 uur ‘s ochtends. Ik had niets aan het toeval overgelaten en had in mijn hoofd alles 10 x doorgelopen. Alles leek te kloppen deze ochtend. Om 5.15 uur stond ik aan de waterkant. Ik wilde de snoek in de haven belagen. Nog voordat ik de boel opgebouwd had besloot ik de radio nog een tandje harder te zetten zodat ik kon genieten van wat achtergrondmuziek. Mijn hoofd bewoog ritmisch mee op de muziek. Links en rechts hoorde ik de vogels fluiten. Deze dag kon nu al niet meer stuk.

Het opbouwen kon nu beginnen. Ik laadde mijn spullen uit en bij het nalopen zag ik al snel dat er niets ontbrak. Ik had het immers al heel wat keren gecontroleerd. Hier kon niets misgaan. De bellyboot had ik uitgerold en de pomp aangesloten. Wederom op het ritme van de muziek pompte ik de boot op. Ik was snel klaar, omdat er net een nummer van Tïesto langskwam.

Zo die was klaar, nu kon ik me gaan richten op het ontdoen van mijn linker- en rechterschoen. Met al mijn lenigheid wipte ik mijn linkerschoen de achterbak in. Mijn rechterschoen ging met nog meer gemak eveneens de achterbak in. Een klein vreugdekreetje ontsprong me hierbij “BAM GOAAALLLL”. Omdat het vroeg was en niemand in de buurt was, rende ik op mijn sokken een klein rondje om mijn boot met de handen in de lucht. Wat een plezier in je eentje 😉

Een goed begin

Ik schoot met evenveel gemak mijn waadpak aan. Alles viel op zijn plaats en nog voordat ik het water op zou gaan rekende ik mezelf al rijk aan vis. De achterklep van de VW Lupo gooide ik dicht, waarna ik aan de bestuurderszijde de sleutel uit het contact haalde. Er viel een stilte… niets ernstigs, maar de muziek stopte ook door het uitnemen van de autosleutel. Ik draaide de deur in het slot en deed dit ook bij de achterklep, de auto had geen centrale deurvergrendeling. Man wat stond ik te popelen om het water op te gaan. Nog snel even mijn vooraf gesmeerde boterhammen met filet americain naar binnen werken.

Positief zoals ik me die ochtend voelde opende ik de bijrijdersportier en ging nog lekker even op de stoel zitten. Boterham in de rechterhand, sleutel wederom in het contact om nog even een muziekje te draaien. Na mijn tweede boterham was ik klaar om te gaan knallen. Wurm me vervolgens de auto uit en druk met mijn hand de vergrendeling aan die zijde naar beneden. Het uitstappen gaat in waadpak met de nodige lagen eronder soms best lastig, maar ook dit lukt me. Ik laat de portier openstaan en stop nog even snel een blikje drinken in mijn bellyboot. Pak mijn hengels in mijn hand en wip met mijn voet de portier aan de bijrijderszijde dicht…

Of niet?

Net als ik mijn bootje in mijn linkerhand neem…. F*CK !#!$^#@!$*!#[email protected]^@#*[email protected]^$#*[email protected]$  ik voel mijn hartslag iets verhogen en het zweet breekt me uit. Met mijn hand op mijn borstzak voel ik, maar geen sleutel. Ik laat mijn boot zakken en de stress slaat nu echt toe. Vanuit mijn ooghoek zie ik de verlichting van de radio aanstaan en, nog veel erger, de sleutel zit nog in het contactslot.

Mijn dag is stuk! Allerlei gedachten gaan door me heen. Ik wil mezelf het liefste voor mijn schenen schoppen en het uitschreeuwen, maar er gebeurt niets. Mijn knieën voelen week en mijn benen zwaar. Emotie neemt de overhand. Ik schreeuw een paar keer zonder dat het helpt. Langzaam keer ik terug uit de emotie en zit er niets anders op dan naar huis te bellen. Ik zoek mijn zakken nogmaals af en bedenk me dan dat mijn telefoon ook nog in de auto ligt.

Het herhaalt zich allemaal nog een keer. Hoewel mijn spullen verder allemaal binnen handbereik liggen en ik nog gewoon zou kunnen gaan. Laat het mijn gedachten niet meer los. Dit gaat niet werken. Vissen met mijn telefoon nog op de bijrijdersstoel, de kans dat de accu binnen no-time leeg is en het dilemma hoe thuis te komen na het vissen bederven de pret. Ik moet snel handelen maar hoe…

Oplossing dichterbij dan verwacht; je beste vriend

De haven is gelegen op een geweldige locatie. Aan het water uiteraard, maar ook strak aan het centrum en nog mooier het politiebureau is op nog geen 300 meter lopen van de haven. Bij gebrek aan een betere oplossing, stap ik op het politiebureau af.

Ik word binnengelaten door een aardige agente die ochtenddienst heeft. Ze kijkt me met grote ogen aan en laat zonder er iets over te zeggen duidelijk blijken dat ze niet goed weet wat ze met iemand aanmoet in kikvorsmannenpak en de bij het bellyboaten behorende spullen.

Ik begin mijn verhaal. Naast de agente is er ook een tweede collega aangeschoven en met een steeds groter wordende grijns horen ze mijn verhaal aan. Ik vraag of ik vanaf het bureau naar huis mag bellen om de hulptroepen in te schakelen. De agente reageert hierop als volgt: “U weet toch wel dat het ‘s morgens 6 uur is en uw vrouw vast niet verlegen zit op een telefoontje vanaf het politiebureau, dat u hulp nodig heeft”…

Deze zag ik niet helemaal aankomen en ik sta met mijn mond vol tanden (goed erbij te vermelden dat ik dat niet snel sta). Een pijnlijke stilte en een harde lach volgt van deze agente. Ze vervolgt: “hmmm, ik denk dat er wel tijd is om je even thuis af te zetten om de reservesleutel op te halen”. De andere agent roept hier gekscherend op: “Zet de sirenes maar aan en maak er maar een spoedje van, anders staat meneer straks ook nog met een lege accu”.

Zo gezegd zo gedaan, ik kan mijn boot, hengels en flippers op het bureau laten liggen en mag zelf voorin de politiewagen zitten. Onderweg stelt de agente vragen over mijn hobby. Eenmaal thuis aangekomen maakt ze de gekscherende opmerking: “Zal ik de sirene nog even aanzetten zodat uw vrouw weet dat u thuis bent?”, Ik kan niet anders dan de opmerking terug te plaatsen: “Dat zou wel leuk zijn… echter ben ik bang dat ze u meteen weer vraagt me mee te nemen”.

Het wordt nog mooier

Alle gekheid achterwege gelaten het verhaal wordt nog beter. Ik stap in mijn waadpak de politiewagen uit en ga binnen op zoek naar de reservesleutel. De agente blijft netjes wachten en wanneer ik na 10 minuten buiten sta met de reservesleutel, neemt ze me mee terug naar het politiebureau. Mijn buurman staat bij het weg rijden boven voor het raam te kijken. De agente heeft echt haar dag en zet plagerig de zwaailichten aan. Zo meneer, u heeft vanmiddag nog wat uit te leggen aan wat buren. Alsof de blunder deze ochtend nog niet erg genoeg was, kon dit er ook nog wel bij.

Bij het politiebureau aangekomen biedt ze nog een kop koffie aan. Blijkbaar heeft ze nog geen genoeg van me. Na deze bak koffie en een gezellig praatje over allerhande dingen bedenk ik me dat de radio nog aanstond in mijn auto.

Na het oppakken van al mijn spullen ga ik wat ongemakkelijk terug naar mijn auto. Reservesleutel in de portier en hop open die deur. Fijne wetenschap dat mijn telefoon nog op dezelfde plek ligt. Ook de sleutel zit nog netjes in het contact. Ik neem plaats op de bestuurdersstoel en draai de sleutel om in het contact.

Stotter… nog een keer stotter en gelukkig begint de motor na de derde stotter te lopen. Het is ondertussen al 8 uur en even twijfel ik of ik nog te water moet gaan. Ik besluit na niet al te veel tijd dit toch maar te doen.
De visdag zelf verloopt gelukkig verder goed. Ik vang een paar snoeken en ga na deze enorme blamage enigzins vreemd naar huis. Een paar nieuwe ervaringen rijker…

Politie je beste vriend

Zo ben ik voor het eerst door de politie thuisgebracht. Dat is op zich nog niet zo gek, maar ben vervolgens ook weer meegenomen. Eveneens durf ik open en eerlijk te zeggen dat de politie deze ochtend mijn beste vriend, of beter vriendin was. Tevens heb ik ervaren dat het zeer onverstandig is om de deur zomaar dicht te gooien. Gelukkig heb ik ook mogen ervaren dat na een flinke blamage dit met de juiste hulp toch weer recht te breien is.

Om mijn dankbaarheid te tonen ben ik na het vissen een taart gaan halen en heb deze dezelfde dag nog bij het politiebureau afgegeven. De agente was nog aanwezig en begroette me met een brede glimlach. Blijkbaar is het ook altijd lente in de ogen van deze agente. Ze staarde me aan en ging verder met… “Nog wat gevangen vanochtend? Trouwens ik ben je helemaal vergeten te vragen naar je vispas ;-)”

Onderbouwing

Nu ik dit alles heb opgeschreven besef ik me pas dat dit waarschijnlijk slechts zo’n 10% is van al mijn visblunders ooit. Zoals ik al eerder schreef heeft iedereen er wel eens mee te maken. Waarom ik schrijf over deze 10% is me wel duidelijk. Het ongeluk, de visblunders of blamages vergeet je snel. Zijn ze groter dan onthoud je ze vast ook beter, dat is in mijn ervaring tenminste.

Na afloop van dit alles kan ik concluderen dat na deze ongelukkige momenten ik de geluksmomenten weer meer waardeer. Nog elke keer dat ik ga vissen geniet ik van het geluk dat ik deze hobby kan beoefenen. Telkens weer voel ik me euforisch wanneer ik een vis vang, hoe groot of klein dan ook. Het misslaan voelt telkens weer als een blunder, maar geeft me ook de hoop dat hetgeen ik doe goed gaat. Ik krijg immers beet en er is vis op de stek.

Zo schreef Leo Tolstoj:
Russisch schrijver, filosoof en politiek denker 1828-1910

Alles wat ons als ongeluk , wat ons als hinderpaal toeschijnt, is slechts een trede onder onze voeten, om ons des te hoger te brengen.

Dit in acht nemende, besef ik me dat deze visblunders er toe hebben geleid dat ik slimmer ben geworden in het beoefenen van de hobby. Neem dit als uitgangspunt en je zult altijd kunnen genieten hoe zwaar je blunders en stommiteiten ook zijn.

Een andere uitspraak van Leo Tolstoj:

Voor iets is een ongeluk nog wel goed. Ja, na een brand kan men aan een stuk smeulend hout zijn pijp aansteken. Zullen wij daarom zeggen dat de brand nuttig is geweest?

Laat ik deze uitspraak los op mijn blunder met het buitensluiten uit de auto. Dan kan ik concluderen dat het ongeluk er wel voor zorgde dat ik eens in een politieauto mocht zitten… YES!!!

Visblunders; blamage ~ een afgang veroorzaakt door eigen falen ~
Beoordeel dit sportvisverhaal

Comments

reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *