De spiegel; weerspiegelingen op vliegvissen

Too hot aan de Grensmaas

Hoewel de titel wellicht doet vermoeden dat dit verhaal over karpervissen gaat, is dat niet zo. Het gaat over vissen en als je specifiek wil worden vliegvissen. Dit visverhaal gaat over een mooie, warme zomeravond die ik dit jaar beleefde aan de Grensmaas. Nou ja, warm, zeg maar gerust bloedheet.

Al vanaf de vroege ochtend was het al een zinderend hete dag geweest. Na 10 uur was het kwik al boven de 30 graden geklommen en ik ben de hele dag op bed blijven liggen met de ventilator op vol. Het was gewoon te warm om ook maar een vin te verroeren. Zelfs vissen, iets waar je me normaal gesproken toch letterlijk voor wakker mag maken, leek mij in deze hitte niet aanlokkelijk.

Toen de avond eenmaal zijn intrede begon te doen en ik met moeite een maaltijd naar binnen had gewerkt, besloot ik om toch mijn vliegenhengel te pakken en richting waterkant te gaan. Al was het alleen maar omdat het aan het water doorgaans een paar graden koeler wil zijn.

Verkoeling in een prachtig decor
Verkoeling in een prachtig decor

Toch vliegvissen

Na een korte wandeling door het gras kom ik bij de rivier aan. Het zweet gutst al van mijn kop. Bij de oever word ik opgeschrikt door het klagende gekras van een wegvliegende reiger. Alsof hij het mij kwalijk neemt dat ik hem in deze hitte heb gedwongen tot inspanning. Ik kan mij daar wat bij voorstellen, het is nog steeds werkelijk te warm om maar iets te doen. Er is geen zuchtje wind dat ook maar een beetje verkoeling zou kunnen brengen.

In deze hitte gaan staan wapperen met de vliegenlat lijkt mij eerder een straf dan een hobby. Rustig ga ik op een grote steen zitten zo’n 15 meter van de oeverlijn. Ik laat mijn blik over de rivier gaan. Nergens ook maar een kring op het wateroppervlak. Nergens wordt de spiegel doorbroken door een stijgende vis. Ook de zwaluwen laten het afweten. Zelfs de sedges voeren hun gebruikelijke avonddans boven het water niet uit. Het lijkt wel of iedereen op apegapen ligt. Een eindje verderop staan de koeien tot aan hun buik in de rivier gulzig te drinken.

Ook de rivier zelf heeft dorst. Het water staat lager dan ik het ooit gezien heb. Overal hebben zich droogstaande grindbanken gevormd. Het water stroomt nauwelijks en in het licht van de ondergaande zon ligt het erbij als een spiegel. Recht voor mij is tussen twee droogstaande grindbanken en de oever een ondiepe kom gevormd. Kniediep water afgesloten met een drempel waar het water niet veel hoger dan de enkel reikt. Rechts in de kom steekt een grote steen uit het water.

Spiegel
Spiegel

Terwijl ik voor mij uit zit te staren zakt de zon traag richting de horizon. Het lijkt of zelfs ook hij zich in deze hitte niet al te veel wil haasten. Opeens zie ik bij de drempel van de kom een lichte beroering in het water. Of heb ik mij dat maar ingebeeld? Tegen het licht van de ondergaande zon is dit moeilijk te beoordelen. Bovendien zijn de omstandigheden ideaal voor een fata morgana. Met toegeknepen ogen tuur ik naar het water in de kom.

Kopvoorn gesignaleerd

Plots zie ik een onmiskenbaar puntje uit het wateroppervlak steken. Heel even maar, zonder het water verder in beroering te brengen. Ja, daar weer, twee puntjes dit keer. Ik herken hierin de punt van een rugvin en de punt van een staart. De afstand tussen de twee is aanzienlijk. Dit is een flinke vis!

Even later weer een glimp, alleen de staart dit keer. Een afgeronde staart, niet uitlopend in een spitse punt. Dat sluit bodemvissen als brasem, barbeel en sneep uit, deze hebben een hoekige staart. Dit is misschien een winde, maar meer waarschijnlijk een kopvoorn. En een flinke!

Tijd om mijn strategie te bepalen. Deze wil ik op de droge vlieg vangen. Een simpele redtag zal het moeten doen. Opgewonden begin ik mijn hengel op te tuigen. Mijn ogen daarbij zoveel mogelijk op het water houdend. Als ik een redtag maatje 14 heb aangeknoopt, zie ik dat ik een geleideoog gemist heb. Shit! Leader doorbijten en opnieuw beginnen. Knoop goed controleren, niets mag fout gaan!

Eigenlijk durf ik niet te gaan vissen. Kopvoorn is één van de schuwste vissen die er bestaan. Bovendien is deze niet voor niets zo groot geworden, dit is een sluwe rakker. Minstens een uur observeer ik de kom. Af en toe een lichte rimpeling in de spiegel, dan weer een glimp van de staart die boven water steekt, verder verraadt niets de aanwezigheid van een vis in de ondiepe kom. Langzaam begin ik een patroon te ontdekken in zijn gedrag. Op zijn dooie akkertje maakt de vis rondjes in de kom en doet daarbij steeds de uit het water stekende steen aan.

De zon is verdwenen achter de horizon en de invallende duisternis dwingt mij om in actie te komen. Op handen en voeten kruip ik over de stenen zo dicht naar de oever als ik aandurf. Daar zie ik weer het puntje van de staart boven water steken. Hij zit er nog. Ineengedoken op mijn knieën plaats ik voorzichtig mijn vlieg op het wateroppervlak vlakbij de steen. Ingespannen staar ik naar het water. Geen rimpeling, geen staart, niets… zou hij er nog zitten?

Toch nog actie

Dan opeens welt het water op bij mijn vlieg. Een bek waar met gemak een mandarijntje in zou passen opent zich onder mijn vlieg en deze verdwijnt met een draaikolkje naar binnen. Ik trek de lijn strak en hef mijn hengel. Het water explodeert, een grote kolk, een reusachtige boeggolf over de drempel. MIS!!!

Met een schreeuw waarvan die reiger nog iets zou kunnen leren, laat ik de hengel uit mijn handen vallen. Ik grijp met beide handen naar mijn hoofd. Op mijn knieën begin ik met mijn hoofd op de stenen te bonken. Mijn beide ellebogen voorkomen dat ik mijn voorhoofd tot bloedens toe open sla op de stenen. Ik heb wel iets weg van een biddende mohammedaan nu. Alleen roep ik niet ‘Allah is groot’ maar “WAT BEN IK EEN SUKKEL!”

Langzaam kom ik weer bij zinnen. Ik trek mij terug op de steen waar het hele avontuur begon. Knarsetandend. Ik had hem en ik heb het verprutst! Ik kan het mijzelf nog steeds niet vergeven. Al dat geduld waarmee ik deze vis geobserveerd heb. Geen overhaaste beslissingen en dan op het moment supreme toch de beheersing verliezen en te vroeg aanslaan!

De nacht begint nu echt te vallen en ik besluit dat het tijd is om het los te laten en naar huis te gaan. Als ik weer in het grasveld sta, kijk ik nog één keer om naar de kom. Hoewel de weerkaatsing van de zon al lang verdwenen is, heb ik meer dan ooit die avond het gevoel dat ik in een spiegel naar mijzelf kijk…

Vliegvissen is als een spiegel
Vliegvissen is als een spiegel

 

De spiegel; weerspiegelingen op vliegvissen
Beoordeel dit sportvisverhaal

Comments

reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *